Alles bij elkaar schetst Tomas Lieske een milieu en een epoque zoals alleen een Thomas Rosenboom dat hem van de huidige generatie Nederlandse schrijvers heeft voorgedaan. Gran Café Boulevard tilt hem moeiteloos op hetzelfde virtuoze niveau van zijn collega en is wellicht zelfs een fractie speelser en onderhoudender van uitvoering. Elk woord en elk beeld vallen feilloos op de juiste plaats - Lieske is een van de meest stijlvaste stilisten van het ogenblik. Iemand die zijn eigen oeuvre zo kan pasticheren dat er een soort superroman ontstaat, waarin voortdurend twee werelden botsen, man en vrouw, enkeling en massa, Noord en Zuid. Een boek ook waarin met veel luim het gewicht van afkomst en identiteit wordt geschat. Misschien is Gran Café Boulevard wel zo’n prachtig leesspektakel omdat de actie zich net niét in een deftige herenclub  afspeelt, maar in de marge, met gemaskerde spelers die de show stelen.

 

Karel Osstyn Ons Erfdeel

>> Lees de hele recensie...

Der niederländische Schriftsteller Tomas Lieske hat mit “ Isabel oder der Duft der Liebe “ einen historischen Roman vorgelegt, der sowohl stilistisch als auch inhaltlich - ich denke nicht zuletzt an die subtilen psychologischen

Charakterstudien - auf dem Niveau der historischen Romane Stefan Zweigs oder Lion Feuchtwangers angesiedelt ist. In meinen Augen handelt es bei diesem Buch um ein Meisterwerk, das von Christiane Kuby in einer geradezu poetischen Sprache ins Deutsche übersetzt worden ist.

 

Rezensionen Helga König

>> Lees de hele recensie...

Zo kan ik nog de hele bespreking doorgaan en de conclusie is dan: knap gedaan, vakman Lieske. Maar dan ga ik grotendeels voorbij aan wat Alles kantelt zo’n allure geeft. Dat zit ‘m eerder in scènes, personages, beelden, z’n taal. Alles kantelt leest, na door tijd en ruimte klievende zeppelins als Gran Café Boulevard (2003) en Dünya (2007) als een meer ingetogen Lieske, meer alledaags. Een, zoals de flaptekst ditmaal eens terecht suggereert, ’persoonlijke en ontroerende’ Lieske. Het gruwelijke, doorgaans zo prominent aanwezig in zijn proza, lijkt op de achtergrond geraakt, maar doet z’n ding sluipenderwijs, zoals tegen het einde blijkt. En mysterieus, dat woord mag ook niet ontbreken. Dat zit ‘m vooreerst in de verrassende stijl, waarin het zich rinkelend uitbetaalt dat de schrijver voor alles een dichter is, geverseerd in verrassende metaforen en vooral originele adjectiefkeuze. Zo duidt de verteller de affectie van zijn  jongere ik voor Rosemarie aan als: ‘zijn pastelkleurige liefde’. <...>

Ik zeg het toch: wat heeft Lieske dit knap gedaan: ons weer verleiden met het veelkantige, eeuwig kantelende wonder dat fictie heet.

 

Jeroen Vullings VN

>> Lees de hele recensie...

Uit dit gedicht blijkt dat Lieskes virtuoze vermogen zich met alle zintuigen in zijn scheppingen te verplaatsen niet altijd alleen maar tot vrolijkheid aanleiding geeft. Lieske glipt sensueel onder zomerjurken, hij laat de lezer voelen hoe het moet zijn om te kunnen -zwemmen als een otter of als minister Donner door Den Haag te fietsen, maar de bundel bevat ook genadeloze scènes: ‘Een kompel dringt haar lichaam binnen, op de wijze: souterrain.’ In het laatste gedicht probeert een god een vrouw aan te randen. Zij weigert met zijn spel mee te doen. Daarmee toont Lieske ook de grenzen van het Tweede Leven. Uiteindelijk is het de harde realiteit die je bij de kladden grijpt. Zelfs in de verleidelijke fictie van deze poëzie.

 

Piet Gerbrandy De Groene Amsterdammer

>> Lees de hele kritiek...

PERS

© Loek Muntz   [bew:18-02-15]